Meestal leer je over wijn door de wijnregio’s te ontdekken, met hun eigen druivenrassen, voorschriften en verboden. Maar dan wordt het alsmaar ingewikkelder, want daarbinnen zijn allerlei subgebieden. En, nog erger, uitzonderingen. Het kan ook anders, je kunt leren terwijl je proeft, dat is veel leuker. Nog interessanter is het om druiven te leren kennen, gewoon vrienden maken. Het eigen karakter van de druif, het klimaat waar die van houdt, en hoe hij zich ontwikkelt onder gunstige, of moeilijke omstandigheden. Hierbij het standaard-karakter van een paar bekende witte druiven.
Chardonnay – de aannemer
Tegenwoordig de meest geteelde witte druif ter wereld. Zijn belangrijkste eigenschap: een niet-aromatisch karakter. Niet dat uitbundige van sauvignon blanc of muskaatdruiven. De meest herkenbare smaak is appel, maar ja, dat past bij veel witte druiven. Zij bijnaam is ‘de kameleon’. Dankzij zijn neutrale karakter kun je er allerlei smaakstijlen van maken. Chardonnay groeit overal, van het zeer koele Champagne tot de woestijn van Californië. En wordt niet gauw ziek. Logisch gevolg: chardonnay is zeer populair onder wijnmakers.
Als mens kun je hem de aannemer noemen, hij bouwt alles voor je, van een eenvoudig schuurtje tot een schitterend paleis, hij heeft gouden handjes. Hij werkt goed samen met andere druiven. Hij houdt van boswandelingen, voelt zich thuis tussen al dat hout. Wil je geen paleis, maar gewoon veel verdienen? Massabouw doet hij ook, hele wijken vol eentonige flatgebouwen, kanalen vol saaie wijnen. Wat je ook vraagt, chardonnay levert altijd.
Sauvignon blanc – de energieke
Dit is zo’n type die luid pratend binnenkomt, en doorgaat tot hij weer vertrokken is. Wat een energie, wat een kabaal, als een puber met ADHD. Maar ook gezellig. Veel mensen houden van sauvignon blanc, de hoge zuren worden steevast ‘fris’ genoemd. Het is een echte zomervriend, buiten op een terras, bij een salade of met een visje. Zijn pluspunt is ook zijn minpunt: hij praat veel, maar het zijn wel vaak dezelfde verhalen. Groene, niet zo rijpe tonen van groene paprika, asperges, tomatenblad, selderij en gras gaan samen met steenfruit zoals perzik, en soms zelfs tropisch fruit zoals mango en papaya. In Nieuw-Zeeland zetten ze hem op een voetstuk: daar heeft hij als een populist altijd het hoogste woord.
Wijnliefhebbers krijgen er vaak genoeg van. In Sancerre, aan de Franse Loire, hebben ze de oplossing gevonden om van dit ongeremde karakter een ingetogen, stijlvolle gentleman te maken. De juiste bodem van klei, kalk, en vuursteen, in combinatie met een koel klimaat en een strenge opvoeding. Daar wordt het een zeer beschaafd gezelschap, een prettige verschijning met wie je als wijnliefhebber graag aan tafel zit.
Chenin blanc – vriend of vijand
Chenin blanc begint bij de eerste kennismaking meteen over politiek te praten, of over seks, of godsdienst. Het is de koriander onder de wijnen, de een houdt van zijn stijl, de ander hoopt hem nooit meer tegen te komen. Een kenmerkend aroma is dat van natte wol. Dat klinkt niet aangenaam, maar er zijn meer aroma’s in wijnen die raar klinken en toch gewaardeerd worden, zoals stallucht en bosgrond in flesgerijpte rode wijnen. Honing is duidelijk aanwezig, en het aroma van boenwas.
Hij is bijzonder veelzijdig, je moet hem leren kennen. Dankzij een stevig zuur, de ruggengraat van een wijn, worden er uitstekende mousserende wijnen van gemaakt.
Chenin blanc voelt zich helemaal thuis in de Loire, een wijnstreek die zo koel en vochtig is dat er daarboven helemaal geen druiven meer groeien. Dat klimaat zorgt voor de beruchte botrytis-schimmel, die druiven aantast. Botrytis verdampt het water en versterkt de suiker in de druif. Dan laat chenin blanc zijn verrassende ware aard zien. Wat een prachtige, rijke stijlen halfzoete en zoete wijnen worden hiervan gemaakt, wijnen die met jarenlange rijping steeds complexer en lekkerder worden.
Misschien wordt chenin blanc toch een dierbare vriend.